proYESmanagement

Zoeken

JA! zeggen

Bijgewerkt: 4 apr 2018


Vele jaren voordat Inge en ik trouwden, stelde ik mij al de vraag: hoe belangrijk is het eigenlijk om JA! tegen elkaar te zeggen op één moment, op één dag? Ik vond trouwen, meegevoerd door het sentiment van de zeventiger jaren, een braaf kneuterig en burgelijk instituut. Om te zeggen: ik moest er helemaal niets van hebben. Pas later, in onze relatie, is het inzicht gekomen dat het niet uitmaakt. Trouwen of samenwonen: je deelt elkaars leven en daarmee is die relatie het meest waardevolle naast jouw eigen leven.


We waren al exact zes jaar samen toen wij op 21 september 1988 trouwden in Schiedam. Vreni en Jalmar waren al geboren. Het is fijn om de foto’s terug te zien waarop zij samen met ons vieren op het bordes van het oude stadhuis staan.

Vreni en Jalmar. Alleen door te trouwen wisten we zeker dat wanneer Inge iets zou overkomen, de kinderen ook automatisch aan mij, als vader, zouden toebehoren. Met een simpel ‘JA! ‘ op één moment op één dag konden we dat regelen. Dus deden we dat.


Terwijl ik in Enschede mijn studie Toegepaste Onderwijskunde afrondde, regelde Inge in Schiedam de trouwerij. Dat begint met een telefoontje ergens in het voorjaar van 1988 naar de telefoon in de studieruimte op de Universiteit Twente. De enige telefoon waarop ik bereikbaar was. “Inge voor jou, Ronald", riep Marieke Kloek. Marieke, die later ook één van mijn getuigen zou zijn. Ik nam de telefoon aan en hoorde Inge vanuit Schiedam: “Hoi. Heb jij woensdag 21 september wat te doen? Want we kunnen dan om 09.00 of 10.00 uur trouwen!”. Ik weet nog dat ik er een scheut van blijdschap en verwarring door mij heen ging. “Ik kan!”. “Oké, dan ga ik het hier verder plannen met de ambtenaar van de burgerlijke stand”. We hingen op, ik draaide mij om en zei tegen Marieke: “Ik geloof dat ik net te horen heb gekregen dat ik ga trouwen...”


Op 30 augustus studeerde ik af en trok definitief in bij Inge en de kinderen aan de Van Hallstraat in Schiedam. Inge had de ambtenaar van de burgerlijke stand weten te overtuigen dat zij zelf wel zonder mijn aanwezigheid kon beslissen wanneer we zouden trouwen. Om 9.00 uur trouwen kostte ongeveer 100 gulden en om 10.00 uur trouwen was gratis. Waarom zou je van je studentenbudget geld uitgeven aan trouwen en er dan ook nog vroeger voor opstaan? 10.00 uur werd het dus.


De trouwerij groeide uit tot een feest. Ik was net geslaagd en we waren er wel weer aan toe om samen een feestje te organiseren. Dat konden we al goed vanaf de middelbare school. Inge was in de zomermaanden dan ook druk in de weer om zelf alle feestkleding te maken. Haar trouwjurk bevat de knopen van de trouwjurk van haar moeder. Voor mij een bruin pak en Vreni een Jalmar gingen ook in het nieuw. Het moest allemaal wel met weinig budget. Want net afgestudeerd, geen baan en twee kinderen…


Dus is vrijwel alles met de medewerking van vrienden en familie georganiseerd. Ger had een witte auto en bood de trouwauto aan. Marco, een goede bekende van school, was onze fotograaf. Pieter, Jetty, Peter en Mirande hielpen bij de voorbereiding van corsages en eten. Inge maakte zelf de bruiloftstaart. Een taart waar wel twee kilo suiker op is gestort. Zoeter kun je je huwelijk bijna niet beginnen. Peter was DJ, dus die regelde de muziek. Peter en Mirande hadden net een nieuwe, mooie woning, nog niet ingericht, dus daar mochten we het feest geven. En Inge maakte natuurlijk zelf de uitnodigingen. Het was, zo in de eerste weken van september, een hele bedrijvigheid.


Als ik de foto’s terugzie van die mooie nazomer woensdag 21 september 1988, dan herinner ik mij het toneelstukje waarin ik stapte. Alsof je naar en gekostumeerd bal gaat.

’s Ochtends vroeg op om op tijd in het stadhuis te krijgen. Aankleden. De spullen klaarzetten voor de koffie met taart. Mensen ontvangen. Corsages opbinden. Bij Ger in de auto stappen. Samen naar het stadhuis rijden. Netje opzitten. Naar de mevrouw van de burgerlijke stand luisteren. Ze leek op Beatrix en hield een mooi passend verhaal. JA! zeggen. De kus. De getuigen.


De handtekening. Het trouwboekje. De felicitaties. De foto’s bij het stadhuis. Terug naar huis. Taart eten. Blijven kletsen. Lunchen. En toen hadden we eigenlijk niets meer gepland.

Behalve dan dat we met Marco foto’s zouden gaan maken op het strand. Marco, die uiteindelijk veel mooie foto’s heeft geschoten en er achteraf achter kwam dat er maar een paar gelukt waren. Het maakt allemaal niet uit. Er zijn meer dan genoegd foto’s. En de foto's die wel gelukt zijn aan het strand, daar zijn Inge en ik Marco nog steeds heel erg dankbaar voor.


En dan bedenkt iedereen: kom op, we gaan mee naar het strand! We gaan mee foto’s maken! En zo reed het hele gezelschap naar het strand bij Hoek van Holland om daar van de zon, het strand, de zee en elkaar te genieten.


Daar aan de zee zie ik ons weer staan. Het toneelstukje was voorbij. We zijn weer gewoon samen. Het leven is het mooist als je trouw kunt zijn aan jezelf en aan elkaar. Daar lopen we, samen in een soort dans. Niets vermoedend van de dingen die we nog zouden meemaken. Vertrouwend op elkaar en op de dingen die komen. Op een manier, zoals we samen ook het meest in ons element zijn, ongedwongen laten komen wat komen moet en genieten van wat er is.


En nu 25 jaar later is dat gevoel van herkenning, dat gevoel dat ons zo verbindt in het leven dat wij samen delen, er nog steeds. Alsof het er altijd al was.


http://25jaarronaldeninge.blogspot.nl/