Vanuit de schaduw

De trein vertrekt naar Lunteren. Ik lees Maria Zambrano over het verlies van de poëzie, over hoe de filosofie losgeraakt is van de poëzie en is losgeraakt om het onzegbare te duiden. In een split second denk ik aan haar en aan de dichtwoorden die ik schreef. Ik voel de leegte. Tranen bollen achter mijn ogen.
Mijn gedachten gaan terug naar de mail over haar aanstaand voortijdig sterven. Ongeneeslijk ziek. Het bericht kwam twee weken na haar warme ontvangst op haar feestje, haar luisterfestival op 2 juni 2026. Notabene over haar thema: rouw en verlies.
Ze zag er stralend uit en dat zei ik haar. Het tijdstip van de ontijdige mail maakte duidelijk dat zij al een week vóór het luisterfestival wist van haar vroegtijdig afscheid en de anderen moesten nablijven om de slingers op te ruimen. Ook in deze omgang met eigen sterfelijkheid is zij een voorbeeld.
De woorden die we gewoon zijn tegen elkaar te zeggen in zo’n situatie vonden mij makkelijk, maar die woorden waren niet juist en precies mijn gevoel. Ze voelden hol en nietszeggend. Zambrano zou zeggen dat ik onbezield ben, losgeraakt van de poëzie die het onbeschrijfbare weet te verwoorden. Dus dichtte ik.
Een traan vloeit. Ook nu leert ze mij. Ze is daar waar ik vergeten ben te kijken. Ik vind haar in het negatief van de foto. Negatief klinkt zo …..negatief….terwijl ik het meest waardevolle onbereikbare eeuwige bedoel, het negatief van de foto, het rizoom onder de grond, het cement tussen de stenen, de draden van het lappendeken, het wit tussen de regels, de schaduw van het hiernamaals.
Ze heeft mij vanuit de schaduw richting gegeven voor het maakatelier. In Lunteren stap ik met beide benen op het perron.
Anne Goossensen in gedachten, overleden op 8 augustus 2026. Meer informatie over haar is te vinden op: Prof. dr. Anne Goossensen



Opmerkingen