Creativiteit gaat ons redden
Bijgewerkt op: 31 aug

De laatste editie uit de reeks Connecting Wisdom zomer 2026 ging over de betekenis van de transitiecirkel in ons werk en bestaan. Tijdens deze ontmoeting kwamen mooie en ook intense ervaringen naar boven in verhalen. De transitiecirkel, met een zoeken naar een constructieve balans zoeken tussen daring en caring, kan een hulpmiddel zijn om koers te vinden voor wat je te doen staat als je met een situatie worstelt.
Het was half vijf in de middag en we moesten afsluiten. Ik had als enige nog niet mijn reflectie gedeeld. We spraken af dat een post een mooie gelegenheid geeft om aan de hand van mijn bespiegelingen de werking van de transitiecirkel te delen. Daar gaat ie.
Mijn kunstenaarschap als worsteling
De vraag was: ”neem een ervaring of een keuze waar je nu mee worstelt. En als je daar niet nu mee zit kies dan iets wat verder weg zit in het verleden.
Ik start op 18 september als deelnemer in het makers atelier georganiseerd vanuit Musework door Bart van Rosmalen en Anouk Saleming. Vanaf het eerste moment dat ik polste of deze impuls iets voor mij zou zijn, voel ik ongemak en opwinding. Het ongemak wint het meestal. Het makers atelier trekt mensen aan die zich met kunst actief houden en dan voel ik het ongemak. Want wat maakt mij dat ik gedefinieerd kan worden als kunstenaar en what the **** is mijn kunstenaarschap? De opwinding is er ze als Bart mij veiligheid biedt met woorden die ruimte geven om mee te doen.
Er is net een groepsapp van het makelaars atelier geopend met de vraag of je als deelnemer af en toe even iets wil posten, een klein maakdingetje. Gewoon, laat even laten zien waar je mee bezig in het maken. Wat maak ik zoal? Pfffffffffff. Maak ik dan iets?

Ik heb om half vijf donderdagmiddag na afloop van de laatste editie Connecting Wisdom een foto gepost in de groepsapp. Een aantal deelnemers staat met de voeten op een van de papieren waarop een fase staat ( want het was namelijk ook de bedoeling dat je op een plek ging staan waar je gevoel bij hoorde). Die post deed ik met enige opwinding: ik maak en post ook iets! Daarna kwam het ongemak: want hoe betekenisvol is dit ten opzichte van wat anderen aan creatieve uitdagingen posten met klei, muziek en tekeningen, video’s,….?
Ik blijf nu even bij dat gevoel over mezelf en hoe zich dat manifesteert. Ik voel dat ik op contact en welkom werk te verrichten heb. Ik ben nog niet gekend in de groep waarmee ik de reis van 5 bijeenkomsten ga meemaken en zij nog niet met mij. Mag ik ook de kunstenaar in mij welkom heten?...........Hallo, .hallo, ......ben jij daar ergens?
Ergens is de kunstenaar in mij
De twee belangrijkste fasen In de transitiecirkel zijn gehecht zijn en betekenisgeving. Als ik terugga in de tijd dan heb ik spannende kwetsbare momenten georganiseerd waarin ik ook mezelf kan laten zien in interactie met de ander. Ik heb geflirt met creatieve uitingen in tal van vormen en momenten. Of het nu twee weken geleden gaat om het maken van een scrapboek voor een gepensioneerde collega in team, het maken van een film of The Future of Work, of het organiseren van een Bijutsu Obeya (Japans voor: grote kunstkamer voor 80 deelnemers, op de een of andere manier weet ik mensen te activeren om creatief te zijn.

Ik kijk naar rechts op mijn volle bureau en ik zie een werkboek en een afbeelding van een schilderij van mijn broer. Het werkboek ik en de anderen veranderen - hoe faciliteer ik mijn team bij verandering heb ik een jaar geleden mij gemaakt voor een reeks workshops voor collega teamleiders die de transformatie in het UMC Utrecht stand hielden. Ik sla het boekje open het eerste wat ik lees is “dansvloer”. Ach ja, denk ik, hebben we ook nog gedaan , dansen op Like humans do van David Byrne bij de opening van een event. Ik blader verder door en ik zie een oefening in de schoenen van een ander staan. Ik zie de story cubes, ik denk aan de events met storytelling. Ik doe. Ik doe. Ik doe maar wat, lijkt het wel. Zonder dat er veel blijvende vorm behouden blijft.
Hechten - onthechten
Met Petra lunchte ik voorafgaande aan de sessie over de transitiecirkel. Ik vertelde haar dat ik pas op mijn 14e mijn bibliotheekpas kreeg en romans ging lenen en lezen. Dat kon ineens wél gebeuren omdat ik voor mijn lijst Nederlands moest gaan lezen. Eerdere vragen van mij aan mijn ouders om een handtekening te zetten onder op een formulier zodat ik een gratis bibliotheekpas kon krijgen waren mislukt. Ze vertrouwden het niet. Stel je voor! Gratis boeken lenen! Dat bestaat niet!…..Maar, als de autoriteit van de school het eist, zal het wel goed zijn.
Met kunst ver van mijn thuis, ben ik niet goed gehecht geraakt aan expressie. Vorm geven met mijn verbeelding en met gevoel het onbenoembare proberen te raken was niet iets dat in mijn jeugd aan de orde was. Gevoeligheid leerde ik snel af. Deze was weinig behulpzaam in lijfsbehoud. Slenterend langs de Schiedamse havens met vader en ooms werkend als vrachtwagenchauffeur of dokwerker. Voetbal, voetbal, voetbal en altijd op straat. Soms vechten. Bedreigd met messen door lui die knetter stoned waren. Mijn jeugd in Schiedam herinner ik mij als direct, hard en bij vlagen gewelddadig. En ook als eenvoudig, vrij en warm. Ik mocht in de hype van Saturday Night Fever en Grease naar stijldansen, ‘want dat is handig als je gaat trouwen”. Dansen en dan liever vrije expressie vond ik geweldig. Ook op de dansvloer heb ik klappen gehad “want daansen is iets voor mietjes”. Gevoel voor muziek en dan vooral popmuziek en lezen van literatuur begon eigenlijk pas zo rond mijn 14e.
Verbinding
Rond die tijd in de derde klas had ik Nederlands van meneer Van der Wel. Hij stimuleerde mij door te zetten met het uitlezen van mijn eerste roman De Kellner en de levenden van Simon Vestdijk. Vreselijk lastig eerste boek om te lezen én te begrijpen. Hij complimenteerde mij ook met het schrijven van een absurd fantasieverhaal over een ontsnapte koe. “Koe-ster dit en blijf dit doen”, zie hij.
Verlies en veerkracht
Later in de vijfde klas zou de lerares Nederlands mevrouw Kramer mijn poging een verhalend opstel te schrijven beantwoorden met een dikke rode 1. En met de toevoeging: ”doe mij dit nooit meer aan”. Zij had zoals mijn schoolmaat het verwoordde “haar pik op mij”. Mijn mondeling Nederlands sloot ik af met een 3, terwijl klasgenoot Joke met mijn verslag uit de derde klas van de Kellner en de Levenden een 10 voor haar mondeling kreeg. Gek genoeg was ik meer blij met haar 10 dan teleurgesteld over mijn 3. De 10 voelde als een stille overwinning. Bovendien zou ik toch wel slagen.
Nee, met kunst en kunstuitingen heb ik in mijn verleden niet zo’n veilige hechting. Als ik een museum inloop heb inmiddels afgeleerd om het te willen snappen. Het museum is mijn kerk voor bezinning en reflectie, met werken die interessant zijn omdat zij aantrekken of afstoten.
Rouw en integratie
Met kunst en expressie heb ik meermaals moeten vallen en opstaan. Afscheid rouw om wat niet kon, niet mocht, niet gezien werd. Geen muziek mogen spelen (‘niet dat gejengel”), niet kunnen tekenen (“wat is dit?” gegniffel), niet mee kunnen zingen ("ga jij maar een paar meter verderop staan zingen”). Rouw en afscheid nemen van een idee dat je over jezelf had of wilde hebben is onophoudelijk aan de gang. En zolang ik leef probeer ik betekenis te geven aan mijn drang naar expressie.
Achteraf weet ik niet goed wat harder heeft gewerkt, het stimuleren of het affakkelen. Met de transitiecirkel in gedachte heeft beiden mij veerkrachtig gemaakt. Tijdens mijn studententijd cabaret proberen te maken en eindeloos veel te schrijven, zonder dat daar wat mee gedaan werd. Nog steeds, zoals nu, pluk ik de vruchten van een makkelijke pen. Sans gêne schrijf ik. Het interesseert mij niet zoveel meer wat jij – lezer- ervan vindt.
Ik kijk naar het werkboek en zie de afbeelding van het schilderwerk van mijn broer Edward. Het is grappig te beseffen dat hij een vergelijkbare opvoeding heeft gekend. Hij is vijf jaar jonger dan ik. Hij is gevoelig en kwetsbaar. Hij is vanwege zijn psychische gesteldheid al op jonge leeftijd in contact gekomen met diepe krochten van angsten en verlangens en heeft in tekenen en schilderen een weg gevonden om datgene wat onbenoembaar in hem speelt, vorm en kleur te geven. De meeste mensen zien in zijn werk de kleurigheid, ik zie vooral de treurigheid: de angst in eenzaamheiden het verlangen naar kleur en leven. Ik zie hem als kunstenaar.
Zingeving
Wat betekenis en zingeving betreft, is het de vraag is of ik het fenomeen kunst en kunstuiting in mijn leven wel integreer met de juiste taal een beelden? Al peinzend bedacht ik mij dat ik de techniek dominant laat zijn in mijn beschouwing over wat kunst is of niet. Naar mijn idee begint kunst met op zijn minst technisch vaardig zijn. Je kunt tekenen (nope), muziek maken (nope), tekenen (nope) , schilderen (nope). Mijn broer beheerst de techniek en heeft zelfs naam in klein kring.
Ik beoefen op laag amateurniveau improvisatie theater (yeah!).
Het was een hele simpele oefening tijden een les impro, met de vraag of je in het spel a) de zin van de ander even voor jezelf stil wilde herhalen en b) even goed wilde voelen in je lichaam wat er gebeurt en c) pas dan te reageren. Plots realiseerde ik mij in die les dat het daar om gaat: voel het!
Creativiteit redt
“Creativiteit gaat ons reden”. Dat weet mijn broer Edward. “Creativiteit gaat ons reden”. Dat zeg ik tegen mijn vrouw Inge die nagenoeg geen fysieke mogelijkheden meer heeft (MS) om haar creaties met muizenhuizen gestalte te geven. In het creatieve maakmoment zit vorming van techniek, verbeelding, dichter komen bij de ziel, het onnoembare vorm geven, spelen, verhaal, realisatie….alles.
“Creativiteit heeft mij gered” toen ik vastliep rond mijn 50ste en pijn en verdriet rondom de dingen die ik in mijn leven heb gemist en nog zal moeten missen aan te pakken. In trof het met een coach die mij met creatieve schrijfopdrachten complete verhalen liet schrijven. En mij liet inzien dat ik het theater uit mijn studententijd, uit de tijd dat ik de kramp van Schiedam achter mij liet, weer op moest pakken. Ik ging weer spelen en vond impro op mijn weg.
Vanuit het model van de transitiecirkel (ik voel enige afkeer van moedwilig inpassen in een model) kun je zeggen dat ik de cirkel met kunst meermaals in mijn leven heb doorlopen. Nu sta ik op het punt “kunstenaar” in mij te ontmoeten. Niet “kunstenaar” met de betekenis van een technisch vaardig persoon, die vanuit een gevoelde urgentie een functie heeft in relatie tot de schoonheid, de ethiek en de rituelen. Ik geef de betekenis van kunstenaar als een mens als ieder ander die door woord, beeld, spel vorm geeft aan dat wat niet gezegd kan worden, kwetsbaar is en oog heeft voor wat beschermd moet worden. Met deze betekenis ga ik de cirkel opnieuw in en begroet ik de kunstenaar in mij en in jou. Creativiteit gaat ons redden.




Opmerkingen