Imperfecte manager voelt zich uitgedaagd als Schiedams straatjochie

Bijgewerkt: mei 31


Kerstbomenjacht in De Gorzen, jaren 60. Bron: beeldbank Schiedam

Ook ik heb af en toe last van scripts uit mijn verleden en dringt zich een patroon aan reacties op uit eerdere ervaringen. Ik vind het niet leuk als ik niet gehoord, niet gezien en niet gewaardeerd wordt. Ik vind het niet leuk als ik verkeerd begrepen wordt, verkeerd afgeschilderd wordt en mijn acties verkeerd uitpakken. En ik vind het helemaal niet leuk als mensen om mij heen lijden onder het gedrag van anderen.


Het deed afgelopen week gewoon pijn om te merken dat mijn intentie om bij te dragen aan een betere samenwerking tussen mijn team aan andere teams, door één groep opgepakt werd als een aanval. Dacht ik eerst nog dat er sprake is van een misverstand en dat een toelichting van mijn kant wel zo helpen......


Later kreeg ik te horen dat ik hen niet zou begrijpen, zij gefrustreerd raakten door mijn voorstel en dat mijn vervolgvraag naar wat zij dan van mij verlangen helemáál het verkeerde keelgat in schoot. Kortom: mijn interventies pakten totaal verkeerd uit. In plaats van meer samen boorde ik een bron van frustratie uit het verleden aan, waardoor meer wij-zij stemming ontstaat, gemanipuleerd wordt, er maar één waarheid bestaat en ik te maken krijg met gesloten oestergedrag. Er ontvouwde zich een wirwar beschuldigingen aan mijn adres met allemaal tentakels naar ervaringen uit het verleden.


De trigger tot deze verwijdering zijn twee initiatieven: het opstarten van een Community of Practices voor ook de andere afdeling en een leergang om key-users op te leiden waarvoor ook leden van die bewuste afdeling zijn uitgenodigd.


De vage beschuldigingen en het gebrek aan open stellen, laten zien dat er veel meer speelt. Als consultant had ik het relatief eenvoudig: ik had de logische neutrale positie. Die kon ik dan aanwenden om tussen de partijen te staan. Maar nu, nu ben ik zelf partij in een conflict. Hoe pak ik het nu aan?


Uitzicht op De Gorzen jaren zestig vanaf de Korte haven, Bron: beeldbank Sciedam

Als kind groeide ik tot mijn negende op in De Gorzen, een arbeiderswijk in Schiedam Zuid. De gedachten aan deze plek vervult mij met melancholie. Mijn wieg heeft gestaan aan de Ouddorpsestraat 1, ik liep langs de Groenelaan waar ik mijn oma en opa bezocht, kwam via de Gasstraat richting De Gasfabriek waar mijn overgrootmoeder woonde op school, liep naar de Maasboulevard om te voetballen en keek daar naar de schepen uit verre landen en natuurlijk kwam ik op het Rozenburgerplein waar ik voetbalde met jongens die ik jaren later in de Eredivisie terug zou zien.


Het was ook de plek waar veel ruzie gezocht werd. Ongeveer tot mijn achtste liet ik mij slaan, als ik weer eens in een gevecht belandde. Ik weet nog goed dat ik echt dacht ‘dit is zo weer over’. De aansporingen van mijn vader om terug te slaan , sloeg ik liever in de wind. Ik bedacht mij dat wanneer ik terugsloeg, de ander weer terug zou slaan en dat het alleen maar erger zou worden Nee, liever ving ik de klappen op, gaf mij gewonnen en dan was het zo weer over.


Tot dat ene moment dat alles veranderde.


In de derde klas (tegenwoordig groep vijf) zat Ron bij mij in mijn klas. Ron was een stevige jongen en onbetwist “de sterkste van de klas”, zo heette dat toen. Ron had het op iedereen gemunt, ook op mij. Tijdens een pauze op het schoolplein zocht hij mij op om te vechten ‘wie de sterkste van de klas was”. Ik wilde niet, ik vond het stom en wilde wegdraaien. Maar er was geen ontkomen aan. Een kring van kinderen stond om ons heen en daar stond ik dan oog in oog met Ron. Ron dacht waarschijnlijk dat het een makkie zou worden. Hoe het kwam, weet ik zelf ook niet meer precies. maar ineens borrelde zoveel kracht en boosheid op dat ik eigenlijk niet anders kon dan .... hem totaal onverwacht vol op zijn gezicht en buik te slaan en op hem in te beuken tot die huilend op de grond riep om te stoppen.


Ik voelde mij opgelucht, verward, schuldig en rot tegelijkertijd. Van Ron zou ik sindsdien geen last meer hebben en als hij andere kinderen lastig viel, kwam ik tussenbeide om de vrede te bewaren.


Sindsdien had ik instinctief geleerd dat als er een grens gesteld moest worden, ik terug moest vechten Nu is het uitdagen en vechten een kantoorstrijd geworden om het gelijk van de een boven de ander en heeft fysieke strijd plaats gemaakt voor verbale strijd. In de gesprekken over de initiatieven voelde ik mij uitgedaagd om mijn team te beschermen en leek het wel alsof het jongetje van weleer naar boven kwam. Ik sloeg verbaal terug.


Ook nu voelde mij opgelucht, verward, schuldig en rot tegelijkertijd.


Want ik weet, dit is niet de weg. Maar ja, hoever moet je gaan met empathisch luisteren als de anderen disfunctionerend samenwerken? Moet ik dan geen grenzen stellen om mijn team te beschermen? Hoe sla ik dan toch weer de brug mét mijn team naar de ander om een positieve stap vooruit te maken? Hoe kom ik weg uit wat Otto Scharmer in de Theorie U de weg van absencing noemt?


Uit het verleden zijn andere ervaringen te gebruiken. Een daarvan is: wat ik voel in een situatie met anderen is niet van mij alleen. Vrolijkheid bij een trouwerij en verdriet bij een uitvaart zijn net zo algemeen voelbaar als frustratie in samenwerking. Mijn ongemak als leidinggevende kan ook het ongemak van andere leidinggevenden zijn. De frustratie van mijn team kan ook de frustratievan dat andere team zijn.


De grootste opgave is misschien wel de chaos en de onmacht aanvaarden en zowel kunnen deelnemen in de soep van interacties en gebeurtenissen als uit kunnen zoomen om patronen te zien en samen stap voor stap onderzoekend te veranderen

Wat in dergelijke situaties in het verleden hielp, zou nu ook kunnen helpen. De volgende acties zijn mogelijk het proberen waard:

  • Elkaar informeel beter leren kennen. Het bakkie doen is afgelopen jaar zwaar teruggelopen. Wieben jij met jouw verlangens en frustraties? Mag ik jou iets over mij vertellen?

  • Luisteren naar het vraagstuk waar de manager van het andere team mee te maken heeft. Wat is dat vraagstuk? Wat herken ik? Hoe kunnen we een positieve stap maken?

  • Patronen benoemen en teruggeven met de observaties en kleine verhalen erbij. Niet te snel (ver)oordelen vanuit een eigen norm, maar meer uitgezoomd waarnemen en bespreekbaar maken. Wat is die frustratie nu eigenlijk echt?

  • Een voorbeeld zijn in mijn team en met mijn team door eerst even te volgen en te voldoen aan reële wensen en verwachtingen. En met mij team eerst op zoek gaan naar begrip voor de ander en dan pas begrip te vragen.

  • Het tijd geven. Ik heb verbaal stevig teruggegeven wat ik zie en hoor. De ander mag ook even tijd nemen om er op terug te komen. En aansluitend bij al het voorgaande, is de reactie een gouden kans om meer te leren over de patronen waarin we verstrikt zijn geraakt en een kans om eerst te begrijpen.

  • Last but not least: accepteren dat ik feilbaar ben en ook niet begrijp wat er speelt. Accepteren dat ik niet het team hoeft te beschermen voor Ron op het schoolplein en dat iedereen betrokken een eigen verantwoordelijkheid heeft om bij te dragen aan een veilig klimaat waarin conflicten besproken kunnen worden.

Vanaf volgende weel volgen er weer legio kansen om bij te dragen en te leren. Wordt vervolgd


What has been done to you has been done for a reason From where I'm stood, the view reminds me of home

I should know, I should know, I won't fight, I won't fight Well I won't fight, I won't fight, well I won't fight, well I won't fight Fight, fight, fight

The Editors - Dust in the sunlight