Imperfecte manager hoeft niet alleen te zijn

Bijgewerkt: mei 23





De afgelopen week van 17 mei was een week met drie intervisiemomenten. Het was mij het reflectieweekje wel, waarin ik in gedachten terug ging naar de vroege ochtend van maandag 2 januari 2012, wanneer ik het onderweg naar Leeuwarden niet droog houd bij het horen van het nummer Wonderful life (Smith & Burrows).


Eerste intervisie: met het team

Op dinsdag deze week was ik inbrenger van een vraagstuk met een afvaardiging van mijn

collega’s in het team. Het was een prima sessie. De adviezen die er uit rolde op mijn vraag dat ik vast zat in het team met mijn verlangen om Agile ontwikkeling verder vorm te geven, zijn oorspronkelijk en waardevol. Nog mooier wellicht is dat de deelnemers aan de intervisie de werkvorm voor zichzelf en anderen in het team ook wel zagen zitten. Ik heb goede hoop dat het niet de laatste keer is dat intervisie in het team plaatsvindt.



Tweede intervisie: met team managers

Diezelfde dinsdag volgde er een intervisie met collega teammanagers die deelnemen aan het Connecting Leaders programma. Ik liet mij bevragen en adviseren met betrekking tot mijn gedrag in relatie tot collega’s waarvan ik ervaar dat zij zich onttrekken aan team overleggen en mijn leiderschap. De conclusie was dat ik prima bezig was op relationeel/ emotioneel niveau te verbinden.


Derde intervisie: met de supportgroep

Op donderdag eind van de middag had ik mijn supportgroep voor het Connecting Leaders programma bij elkaar geroepen om een door mij ingebrachte casus te bespreken over de spanning die ik ervaar tussen interveniëren en directief zijn loslaten en aansluiten.

Ik vertelde in de inleiding een verhaal als uitvloeisel van de analyse van mijn levenslijn:


"Op 2 januari rijd ik naar Medisch Centrum Leeuwarden. Ik was net twee weken vrij geweest en startte de eerste dag van mijn laatste jaar als programma manager EPD (Elektronisch Patiënten Dossier). Ik was letterlijk aangesteld als boegbeeld voor de implementatie van het EPD om de complexiteit van politiek en techniek in goede banen te leiden. Inmiddels was het programma goed op de rit. Tegen mijn buikgevoel in had ik mijn aanstelling met een jaar verlengd, omdat ik de mensen en mijn opdrachtgever niet in de steek wou laten, en omdat weggaan tegen mijn eergevoel indruiste.


Rond 07.15 uur die maandag reed ik net voorbij Almere over de A6 richting Emmeloord. Het is rustig op de weg en ik rijd op de automatische piloot. De muziek staat aan, de temperatuur is goed, het is donker. Ik ben alert maar niet helemaal bewust van het rijden, mijn gedachten en de muziek.


I need a friend, oh I need a friend,

To make me happy, not so alone.


En op dat moment, totaal uit het niets, springen de tranen uit mijn ogen. Ik parkeer mijn auto. Wat is dit? Wat is hier aan de hand? Hoewel tranen er wat mij betreft er mogen zijn als ieder andere lichamelijke reactie als rood kleuren van schaamte of transpireren en zwaar zuchten. Maar dit........



Wat volgt is een jaar van zelfonderzoek Een jaar waarin ik vermoeid was en gedreven tegelijkertijd en mij ook geen dag ziek heb gemeld. Ik zocht hulp en vond de die in de gesprekken met Inge, mijn vrouw, mijn kinderen en een paar vertrouwelingen in mijn werk en privé kring en in: veel schrijven, creëren, reflecteren, mediteren, counseling en lezen. Het werd een jaar van veel reflectie en spiritueel zoeken, waarin ik terugkeek op een leven van veel zorgen en op jezelf aangewezen zijn. Op 23-jarige leeftijd vader van Vreni, op 24-jarige leeftijd vader van Jalmar en op 25-jarige leeftijd een partner met secundair progressieve MS. Op 26-jarige leeftijd afgestudeerd maar geen vaste baan die aansloot. Op 27-jarige leeftijd een suïcidale broer (psychoses), Op 28-jarige leeftijd een vader die vertrok uit het huwelijk met mijn moeder en haar met mijn broer achterliet.


De keuze om alles op alles te zetten om te werken voor stabiliteit in mijn gezin was ‘logisch'. Het was een logisch gevolg van de rol die ik had als oudere broer, het vriendje dat groter en sterker was, de zoon die goed kon leren was en “die er wel zou komen”. En dat deed ik ook op eigen kracht, totdat het gewicht van verantwoordelijkheid nemen te groot werd."


Twijfel en gevoeligheid zijn geen teken van zwakte van een manager. Het maakt je mens die dilemma's weegt en laat zien dat naast de resultaten de mensen om je heen ertoe doen en dat jouw intenties in het werk er ook mag zijn.

De supportgroep voelde goed de spanning aan tussen mijn ongeduld en behoefte om iets neer te zetten enerzijds en mijn verlangen om aan te sluiten anderzijds.


Dat je eerst van jezelf moet houden om van anderen te kunnen houden was een levenswijsheid die ik al jong onderkende. In 2012 hervond ik een nieuwe laag in mijzelf. Mensen om mij heen zagen mij milder worden en creatiever en intuïtiever handelen, Ik stelde het verbinden met anderen centraal en gaf de medemenselijkheid meer ruimten in doen en laten. Mensen die mij van dichtbij hebben meegemaakt, hebben deze transformatie in mij zien gebeuren.


Nu realiseer ik mij dat ik mijzelf nog te veel als vertrekpunt zag verbinden. In de start in mijn functie als team manager was ik bijvoorbeeld nog te veel de consultant die komt veranderen. Ook al stemde ik af, gaf ik ruimte en was ik bij tijd en wijle de vlieg op de muur, ik zag mijn interventies als het startpunt.


Door de gesprekken de afgelopen week met mijn teamleden, de collega managers in het ziekenhuis en de supportgroep, kwam ik tot het inzicht gekomen dat ik mij beweeg naar meer open stellen voor het startpunt bij de ander. Dat betekent dat ik nog een nieuwe laag in verbinden in het werk leer ontwikkelen die ik in mijn consultancy tijd heb afgeleerd. Ik zal eerst geaccepteerd moeten worden en opgenomen wordt in deze werkcommunity. Het betekent dat ik waardering, erkenning en vriendschap van de werkcommunity eerst nodig heb en leer inzien wat die geboden vriendschap is. Verbinden vanuit mij als individu is vrij met alle opties open. Als consultant kon ik zo weer vertrekken........ Nu is er van mij een commitment en een belofte nodig om in deze werkcommunity opgenomen te kunnen worden.


Het mooie van al die intervisiegesprekken en alle andere gesprekken die ik de afgelopen week heb gehad, is dat alle signalen een open invitatie zijn om “gewoon” deel te zijn van die werkcommunity. Zo van: "doe nou maar normaal en kom erbij".


Ik heb al vrienden in mijn werkcommunity. En ja, it’s a wonderful life!